Dolf Jansen

Columns

Grijs

Er zijn mensen die denken dat ‘artiesten’ heel veel sjnabbelen. Waarbij sjnabbelen een wat minderwaardig soort optreden is, dat eigenlijk geheel en al voor het geld wordt gedaan. Want, dat komt er nog es bij, sjnabbelen wordt heel dik betaald. Als het meezit ook nog zwart. Waarbij ik kan opmerken dat het eigenlijk nooit meezit. Plus ik heb onlangs een langlopend conflict met de belastingdienst afgesloten (voor de uitslag raadpleegt u de betreffende fiscaal-juridische vaktijdschriften), dus van mij hoor je voorlopig geen enkele suggestie van illegaal-fiscaal gedrag aan mijn kant.

Afijn, ik mag dan wel artiest zijn (zolang mijn vriendin het goedvindt), gesjabbeld volgens bovenstaande normen heb ik schrikbarend weinig. Denk ik. Een keer kwam ik bij een optreden voor een groot bedrijf de beroemde voetbaltrainer Guus H. tegen die me aansprak met ‘zo Dolf, aan het sjnabbelen?’, waarop ik naar waarheid antwoordde dat het in dat geval voor hem toch ook gold. Gesprek voorbij, nooit meer gevraagd om voor Korea of PSV te spelen.

En wat heeft dit dan allemaal met het topdillemma van deez’ week te maken, hoor ik jullie roepen..? Dit, lieve lezers: een jaar of tien geleden stond ik met Leb te sjna...spelen, voor een heel groot automatiseringsbedrijf, in een hele grote zaal, ergens in Den Haag. Dochter en vader Dulfer gingen ook nog optreden, maar eerst wij; ik zal nooit vergeten wat ik toen zag: drieduizend jongemannen met allemaal hetzelfde pak (jasje broek overhemd schoenen) aan, precies hetzelfde pak, maal drieduizend. Alsof de grijze golf in een keer de hele Statenhal had gewas-en waterspoeld. Kwa pak. Zelfs de tien, vijftien vrouwen leken een mantelpakje gezocht te hebben in exact dezelfde grijstint.

Onwaarschijnlijk.

Indrukwekkend.

Doodeng!

Maar overduidelijk het kledingvoorschrift van dit bloeiende bedrijf in nulletjes en eentjes. Een bedrijf waar ik zeker nooit zou willen, zou kunnen werken. Niet alleen vanwege mijn volstrekt tekortschietende kennis van die nulletjes en eentjes, maar ook omdat ik me nooit op mijn plek laat staan op mijn gemak zou voelen als de enige manier van onderscheiding de kleur van je stropdas is. Waar nog bijkomt dat ik geen stropdas bezit. Maar ja, ik heb makkelijk praten, in mijn werk is het mogelijk avond na avond op te komen in een strakgesneden grijsblauw pak, met een felgroen overhemd, zilveren sportschoenen en violetkleurig haar. Ik hoef dus zo’n keuze nooit te maken. Maar verwacht van iemand die eruit ziet zoals ik er nu al een kleine twintig jaar uitzie dan alsjeblieft ook geen advies over de kleding die jij al dan niet moet dragen, onderweg naar een bloeiende carriere, het artiestenbestaan of het meest nabije kantoor van de Sociale Dienst.